Column: Groot worden kan later

Lees hier de column van 9 juni 2026.

U heeft het misschien voorbij zien komen. De gemeente Arnhem, scholen en kinderopvangorganisaties voeren campagne tegen smartphones voor kinderen. Hun advies aan ouders is om het gebruik van een mobiele telefoon uit te stellen en kinderen onder de 16 jaar geen toegang te geven tot sociale media.

Dat advies is bedoeld om kinderen te beschermen. Tegen online pesten, tegen beelden die niet altijd echt zijn en tegen de druk om jezelf voortdurend met anderen te vergelijken. Het zette mij aan het denken over mijn eigen jeugd. Die zag er zonder smartphone heel anders uit.

Ik speelde buiten en kon me daar uren vermaken. We maakten kettinkjes van madeliefjes, bliezen de pluizen van paardenbloemen weg en maakten met een emmer water de mooiste brouwsels. Onze moeders draaiden het springtouw en stoeprandje na het eten was uitstel van naar bed gaan. Simpel, maar nooit saai. En natuurlijk schommelen. Zo hoog mogelijk, totdat je dacht dat je bijna over de kop ging. Op het hoogste punt eraf springen hoorde erbij. Net als op stelten lopen. Misschien komt daar mijn voorliefde voor hoge hakken wel vandaan.

Ook het vangen van kikkerdril staat me nog goed bij. Later deed ik dat ook met mijn eigen kinderen. De oma van mijn man vond dat prachtig en zette de kikkervisjes in een kom op tafel. Alleen groeiden die kikkervisjes uiteindelijk uit tot echte kikkers. Die bleken niet zo gehecht aan die kom en sprongen de wijde wereld, oftewel de woonkamer van oma, in. Onze kinderen vonden dat heel erg grappig, en oma ook. Hoe mooi voor onze kinderen: Ontdekken, ervaren en uitvinden hoe de natuur werkt.

Mijn kinderen groeiden op in een dorpse omgeving. Vertrouwd en overzichtelijk. Op vierjarige leeftijd liepen ze zelfstandig naar school. Nou ja, zelfstandig... ik liep zo'n 150 meter achter ze aan om te kijken of ze niet ineens besloten een andere route te nemen. Ze hebben dat nooit gemerkt. Wat voelden ze zich groot! Dat dorpse gevoel zie ik ook terug in onze gemeente. En dat is een groot goed.

Gelukkig zie ik dat er tegenwoordig weer meer aandacht is voor spelen zoals vroeger. Buiten met water en zand, of binnen met speelgoed dat ruimte laat voor fantasie. Niet speelgoed dat alles al voor je bedenkt, maar speelgoed waarmee kinderen zelf iets kunnen bedenken. Een bal, een schepnetje, een emmer water of wat takken en touw. Lekker vies worden. Meer is vaak niet nodig.

Morgen is het Nationale Buitenspeeldag. Door heel Nederland veranderen buurten, scholen en speeltuinen in één grote buitenspeelplek. Ook in onze gemeente doen we mee. Samen met Goed Bezig Oldebroek sport- en spelmaterialen beschikbaar gesteld voor buurten die iets wilden organiseren. Ik begrijp dat daar goed gebruik van is gemaakt. Daar word ik blij van. Want dat betekent dat veel kinderen naar buiten gaan. Om te spelen, plezier te maken en elkaar echt te ontmoeten.

Kinderen hebben ruimte nodig om zelf te ontdekken. Om verantwoordelijkheid te krijgen. Om af te spreken dat ze thuis zijn als de kleine wijzer op de zes staat en de grote op de twaalf. Om rond te dwalen, vriendjes op te zoeken en hun eigen wereld stap voor stap groter te maken. In hun eigen tempo, op hun eigen manier, met hun eigenaardigheden. Ze moeten al zo veel.

Laten we dus kinderen vooral gewoon kind laten zijn. De grote wereld komt vanzelf wel. En wat mij betreft liever iets later.

Tanja Haseloop – Amsing
burgemeester