Column: Poëzieweek
Lees hier de column van 3 februari 2026.
Deze week is het Poëzieweek. Een week waar ik normaal gesproken misschien niet zo bij stil zou staan. Maar toen mijn oog erop viel, dacht ik ineens weer even terug aan vroeger. Aan mijn poëziealbum of zoals ik het als kind altijd noemde: mijn poesiealbum. Ik ben gelijk de zolder op gegaan om te kijken of ik het nog had. En ja hoor, daar was het. Wat bijzonder om het weer in handen te hebben en er rustig doorheen te bladeren.
Bij het openslaan van dat kleine roze boekje voelde ik direct een golf van nostalgie. De versjes van familie en vriendinnetjes, het gedichtje van mijn oma, de wensen voor later, de uitgeknipte plaatjes en glitters. Even was ik weer dat kind dat vol verwachting wachtte tot het album werd teruggegeven. Wat zou erin staan? Wat had iemand gemaakt of geschreven? Het was toen al een klein feestje om erin te kijken en eigenlijk is het dat nu nog steeds. Of misschien vooral nu. Namen van mensen waar ik jaren niet aan heb gedacht brachten me terug naar de Tanja van toen. Gaven me weer dat gevoel van dat meisje van een jaar of 8 die haar best deed ook zo netjes mogelijk te schrijven in de poesiealbums van haar vriendinnetjes. Dat ik helemaal trots was als het lukte om dat prachtige gedicht op te schrijven, zonder schrijffouten, in zo’n kostbaar boekje. Herkenbaar?
Onlangs hadden we een avond met de dorpsgroepen uit onze gemeente. We spraken over hun plannen voor het komende jaar en keken samen terug op het afgelopen jaar. Een aantal groepen had ervoor gekozen om hun verhaal te vertellen in de vorm van een lied of een gedicht. Dat maakte indruk. Een gedicht doet iets met mensen die luisteren. Het maakt van een gewone presentatie, een bijzonder verhaal. Een verhaal dat raakt, waar je even helemaal in wordt meegenomen.
In 2024 nam Aart Duijst het initiatief om op zoek te gaan naar een dorpsdichter. Loco FM sloot zich daarbij aan en deed een oproep aan inwoners om mee te doen aan het poëzieproject ‘Dichter bij de mens’. De respons was groot. Veel inwoners stuurden een gedicht in rond het thema ‘Mijn buurt’. De leescommissie had vervolgens de lastige taak om een keuze te maken. Uiteindelijk kwam het gedicht van Ton van Leijen als winnaar uit de bus.
In het kader van de Poëzieweek vind ik het mooi om dat winnende gedicht hier te delen. Omdat het laat zien wat poëzie kan doen. Niet meer in een persoonlijk boekje. Niet meer handgeschreven. Geen versje maar een gedicht. Beide vormen raken onze emotie.
Tanja Haseloop – Amsing
burgemeester
Gedicht
Het winnende gedicht: In mijn straatje van Ton van Leijen
ik sta voor het raam en zie de huizen
rijtjes, tweekappers en vrijstaand
achter tekentafeltuintjes
een allurearm plantvak beperkt
zicht op vierwielig eigenaarsblik
derdehands, hybride, of geen
de straat loopt leeg als schooljeugd
uitwijkt, en werkende klasse volgt
de ict-er, ambtenaar en klusjesman
ik ken de mensen allemaal
van altijd in de weer tot ongezien
van energiek gezin tot uitgeteld
twee rechterhanden wonen
naast grijze cellen met groene aanslag
milieubewust wellicht
van autochtoon tot uitboorling
altijd een groet en hulp waar nodig
ik zie een perenboom en een olijf
de overbuurvrouw behangt haar droogmolen
mijn buurman laat het hondje uit
verplaatst zijn kliko naar vast ritueel
dit maak je niet, dit groeit gewoon
de buurt als spiegel voor mijn neus
ineens zie ik mezelf erin