Column: Een rood kruis

Lees hier de column van 12 mei 2026.

Sommige symbolen zijn zo vanzelfsprekend dat je er bijna niet meer bij stilstaat. Tot je je realiseert wat ze eigenlijk betekenen. Een rood kruis is daar een mooi voorbeeld van. Een rood kruis op een gebouw staat voor bescherming volgens het humanitair oorlogsrecht. Op zulke plekken worden gewonden verzorgd of werken hulpverleners. En dat betekent: daar hoort geen geweld te zijn.

In theorie zouden gebouwen met dat teken dus met rust gelaten moeten worden. Het is een afspraak tussen landen, vastgelegd in internationale verdragen, ontstaan vanuit het idee dat er ook in oorlog grenzen moeten zijn aan dat wat we elkaar aandoen.

Tegelijkertijd zien we dat de praktijk vaak anders is. In verschillende conflicten zien we dat die bescherming van dat Rode Kruis niet altijd wordt gerespecteerd. Dat maakt het symbool niet minder belangrijk, maar misschien juist wel urgenter. We zien hoe kwetsbaar afspraken zijn en ook hoe noodzakelijk ze blijven.

Op 8 mei was het de Internationale Dag van het Rode Kruis en de Rode Halve Maan. Die datum is niet toevallig gekozen. Het is de geboortedag van Henry Dunant, de oprichter van het Rode Kruis en de eerste Nobelprijswinnaar voor de Vrede. Zijn verhaal begint bij de Slag bij Solferino in 1859. Een veldslag waarbij zo’n 40.000 gewonden en doden achterbleven op het slagveld. Dunant was diep geschokt door wat hij zag: niet alleen het geweld zelf, maar vooral het gebrek aan hulp daarna. Uit die ervaring groeide een idee dat inmiddels wereldwijd bekend is: dat menselijkheid ook in oorlog niet mag verdwijnen.

Tijdens het stilstaan bij het Rode Kruis moest ik ook denken aan iets persoonlijks. Ik was 11 jaar toen ik voor het eerst bewust in aanraking kwam met het Rode Kruis. Ik haalde via het Jeugd Rode Kruis mijn eerste EHBO-diploma. Ik vond het heel erg spannend en voelde me erg volwassen. Verbandjes leggen, stabiele zijligging oefenen, leren wat je moet doen als iemand hulp nodig heeft. Dingen die je hoopt nooit echt nodig te hebben, maar waarvan je blij bent dat je ze wél weet.

Toen dacht ik daar verder niet zo diep over na. Het was gewoon iets nieuws, iets leren. Maar achteraf gezien zat daar natuurlijk al heel veel in van dat waar het Rode Kruis voor staat: mensen leren te zorgen voor elkaar, juist als het spannend of onzeker wordt. Voor individuen, bij evenementen, bij crises, rampen of inderdaad zelfs oorlog.

Dat maakt ook die rode kruis-markering zo krachtig. Het is een teken van hulp. Van omkijken naar elkaar, wie je ook bent. Het kiest geen kant, behalve die van mensen die hulp nodig hebben. En in oorlogen probeert dat symbool iets af te bakenen wat eigenlijk niet af te bakenen is in een oorlog: veiligheid. Op zo’n plek zou het conflict even moeten stoppen. Omdat daar wordt gezorgd voor mensen die buiten gevecht staan, en omdat hulpverleners daar, onpartijdig, hun werk doen.

Misschien is dat wel de belangrijkste les die het Rode Kruis ons, al bijna 160 jaar, steeds opnieuw voorhoudt: dat menselijkheid geen vanzelfsprekendheid is, maar een keuze die telkens opnieuw gemaakt moet worden. Ook als het ingewikkeld is. Juist dan.

Tanja Haseloop – Amsing
burgemeester